Principe 31 — Het uiten van je talenten

Zie je jezelf als iemand die goed bezig is, of heb je het gevoel dat je tekortschiet? Uiteindelijk bepaalt ieder voor zichzelf hoe hij daarnaar kijkt, los van wat anderen ervan vinden.

Als je kijkt naar mensen die als succesvol worden gezien, zie je iets opvallends. Op sommige vlakken presteren ze sterk, terwijl ze op andere vlakken juist het gevoel hebben dat ze tekortkomen.

Dat is niet vreemd.

Niemand is overal goed in.

Sommige mensen bereiken veel in hun werk, maar lopen vast in persoonlijke relaties. Anderen functioneren goed in contact met mensen, maar voelen zich minder zeker in hun vakgebied. Het beeld van “succesvol zijn” is vaak een optelsom van verschillende onderdelen, en die zijn zelden allemaal in balans.

Daar zit een belangrijk inzicht.

Het gevoel van tekortschieten ontstaat vaak op de plekken waar je probeert iets te doen wat minder bij je past. Waar je jezelf dwingt in een richting die niet natuurlijk voelt.

In werk zie je dit direct. Mensen presteren beter wanneer ze werken vanuit hun sterke punten. Wat bij je past, gaat vaak makkelijker en levert meer op. Wat je forceert, kost energie en voelt zwaarder.

Dat betekent niet dat je alleen moet doen wat makkelijk is. Het betekent dat je moet herkennen waar je kracht ligt en waar niet.

Waar krijg je energie van?
Waar ben je van nature goed in?
En waar ben je vooral aan het trekken en duwen?

Daar zit het verschil.

Veel frustratie ontstaat doordat je jezelf beoordeelt op gebieden die niet bij je passen. Terwijl je op andere vlakken juist goed functioneert, krijgt dat minder aandacht.

Het helpt om dat te kantelen.

Niet alles hoeft jouw terrein te zijn.

Je kunt erkennen dat iets niet bij je past, het loslaten en je richten op wat wel werkt. Niet als opgeven, maar als richting kiezen.

Wat je forceert kost energie.
Wat bij je past, levert energie op.

Wanneer je meer werkt vanuit je eigen kwaliteiten, ontstaat er meer ruimte, meer resultaat en meer rust in wat je doet.